Annuïteitenhypotheek
Wat is een annuiteïtenhypotheek?
De annuïteitenhypotheek heeft als kenmerk dat er in het begin hoge lasten zijn. Een klant moet immers rente betalen over bijna nog de hele koopsom, maar hij moet ook al gaan aflossen. Mensen hadden behoefte aan een hypotheek waarbij in de beginperiode de kosten niet zo hoog waren of ze in het begin niet of nauwelijks hoefden af te lossen. Deze hypotheekvorm noemen we de annuïteitenhypotheek. Bij deze aflossingsvorm blijft het jaarlijkse bedrag aan rente en aflossing gelijk, maar de verhoudingen tussen aflossingen en rente wijzigt. De annuïteitenhypotheek hypotheek bestaat dus duidelijk uit twee delen: het rentedeel en het aflossingsdeel.
Op een annuïteitenhypotheek lost een klant wel af, maar in het begin bedrag. Gedurende de looptijd van de hypotheek neemt het rentedeel wel af en nemen de aflossingen toe. Dit komt doordat de klant elke maand wel hetzelfde bedrag blijft betalen, alleen de samenstelling wijzigt. Elk jaar dat het rentedeel kleiner wordt, neemt ook het fiscale voordeel af en stijgen de nettolasten. Bij gelijkblijvende rente blijven de brutolasten bij een annuïteitenhypotheekwel gelijk.
Hoe wordt de annuïteit berekend?
De berekening van de annuïteit vindt plaats op drie manieren:
- Jaarlijks achteraf; hierbij worden de aflossingsbestanddelen, die in de annuïteitzijn begrepen, jaarlijks van de hoofdsom afgeboekt (bij een 30-jarige hypotheek zijn er dan 30 jaar annuïteiten).
- Halfjaarlijks achteraf, waarbij de aflossingsbestanddelen halfjaarlijks van de hoofdsom worden afgeboekt (bij een 30-jarige hypotheek zijn er dan 60 halfjaarannuïteien).
- Maandelijks achteraf, waarbij de aflossingsbestanddelen maandelijks van de hoofdsom worden afgeboekt (bij een 30-jarige hypotheek zijn er dan 360 maandannuïteiten).
Voorbeeld
Het verschil tussen vooruit en achteraf aflossen, is het beste uit te leggen aan de hand van een voorbeeld. Hiervoor hebben we de annuïteitentabel nodig, die u hieronder deels ziet. Door de hoofdsom te delen door de annuïteitenfactor kunt u steeds berekenen wat de annuïteit is. Deze bestaat uit een rentebestanddeel en een aflossingsgedeelte.
[tabel]
[berekening]
Bij gelijkblijvende rente is de methode op basis van een maandannuïteit met aflossing maandelijks achteraf voordeliger dan jaarlijkse annuïteiten. Dit komt doordat de hoofdsom elke maand kleiner wordt en iemand dus steeds minder rente gaat betalen. Fiscaal gezien is dit natuurlijk wel weer nadeliger.
Waarom een annuïteitenhypotheek?
Wat zijn de voordelen van een annuïteitenhypotheek?
- Relatief lage (aanvangs)lasten.
- Inflatievoordeel. Bij deze aflossingsvorm wordt het grootste deel van de aflossing tegen het einde van de looptijd betaald. Uitgaande van inflatiecorrectie in het inkomen is het inflatievoordeel daarom relatief groot.
Wat zijn de nadelen van een annuïteitenhypotheek?
- Nauwelijks vermogensvorming in de aanvangsjaren.
- Toenemende nettolasten gedurende de looptijd. Het rentebestanddeel in de annuïteit neemt af.
- Relatief hoge rentelasten. De hoofdsom neemt bij aanvang minder snel af dan bij een lineaire hypotheek, er is in totaal meer rente verschuldigd. Deze rente is wel aftrekbaar.
[grafiek]
Vergelijking lineairea en annuïteithypotheek
Samenvattend kunnen we de volgende verschillen tussen een lineaire en een annuïteithypotheek opsommen:
- Bij een lineaire hypotheek blijven de aflossingen gelijk, terwijl bij een annuïteitenhypotheek de aflossingen toenemen gedurende de looptijd
- Bij beide aflossingsvormen daalt de rente. Bij een annuïteithypotheek daalt de rente minder snel, waardoor een klant wel meer rente betaalt over de gehele looptijd gezien.
- De premie voor een levensverzekering is bij een annuïteithypotheek hoger omdat de hoofdvordering minder snel afneemt dan bij een lineaire hypotheek.
- Een annuïteithypotheek heeft elke maand dezelfde brutolasten, terwijl de brutolasten bij een lineaire hypotheek afnemen.
- De nettolasten dalen bij een lineaire hypotheek, terwijl ze bij een annuïteithypotheek juist toenemen
Waar kan je het beste de annuiteitenhypotheek afsluiten?
- Aanbieder 1
- Aanbieder 2
- Aanbieder 3
